Filteren

Zoek op thema

Zoek op datum

Periode

Vanaf

Tot en met

Er zijn geen resultaten die aan het filter voldoen.

ECLI:NL:GHARL:2025:5882

Datum uitspraak: 20 mei 2026

Personen- en familierecht: uithuisplaatsing. Tussenuitspraak. Heeft de vader recht op inzage en afschrift stukken?

·         Het Hof ziet geen wettelijke grondslag voor beperking van recht van vader op inzage en afschrift van aan Hof overgelegde stukken. Hij is belanghebbende in de procedure over uithuisplaatsing; ex 290 Rv heeft iedere belanghebbende recht op daarin genoemde stukken. In 811 lid 2 Rv wordt uitzondering gemaakt voor stukken die door raad, OM of deskundige zijn overgelegd. Dan kan worden geweigerd ex 5.1 lid 2 of lid 5 Woo. Uitdrukkelijk dat dit artikel geen betrekking heeft op stukken van anderen, zoals gecertificeerde instelling zoals SAVE of de moeder. De uitzondering geldt daarvoor niet.

·         Moeder heeft aangevoerd dat er zelfstandig kan worden geweigerd op grond van 5.1/2.e en/of 5.1/5, maar uit 2.2 lid 1 Woo volgt dat Woo niet van toepassing is op gerechten. Het gaat verder niet om openbaarmaking van publieke informatie, maar om verstrekking in gerechtelijke procedure.

·         De beperking kan ook niet worden gevonden in 8 EVRM omdat dit niet zwaarder wordt gewogen dan 6 EVRM (in het kader van equality of arms, fair trial).

·         Recht is dus ten onrechte beperkt door de rechtbank. Bij volgende mondelinge behandeling worden gevolgen besproken. De advocaat van moeder moet zorgen voor completering van stukken vader.

ECLI:NL:RVS:2026:1779

Datum uitspraak: 27 maart 2026

Minister van Justitie en Veiligheid (M.JenV), voorlopige voorziening (vovo) tegen 6 zaken rechtbank Noord-Nederland m.b.t. misbruik van recht (4.6 Woo) door (oud-)gedetineerde.

Minister wil voorkomen dat hij hangende hoger beroep nieuwe besluiten moet nemen (rechtbank had opgedragen tot inhoudelijke behandeling). Afwijzing zou betekenen dat de minister gehouden is werkzaamheden te verrichten om besluiten voor te bereiden, terwijl gemotiveerd misbruik is gesteld. Dit belang weegt zwaarder, mede omdat niet is gebleken dat verzoeker een bijzonder eigen belang heeft bij openbaarmaking op korte termijn. Vovo getroffen.

ECLI:NL:RVS:2026:1736

Datum uitspraak: 25 maart 2026

Staatssecretaris van Financiën (S.FIN), inz. wederzijdse rechtshulp NL – Australië m.b.t. fraude, witwassen, belasting- en douaneconflicten 2014-2021, incl. o.a. J5-samenwerkingsverband.

Hoger beroep:

·         5.1/2.a Woo (integrale weigering): zie RVS:2025:1295, gegevensuitwisseling tussen staten bij internationale rechtshulp in strafzaken is naar zijn aard vertrouwelijk. Openbaarmaking zal daarom in de regel betrekkingen en samenwerking schaden. Hier niet anders. Uit art. 8 rechtshulpverdrag volgt dat vertrouwelijkheid uitgangspunt is. Alleen uitzondering wanneer verzoek niet ten uitvoer kan worden gelegd zonder vertrouwelijk karakter aan te tasten. Uitgangspunt blijkt ook uit (standaard) vertrouwelijkheidsclausule die Australische autoriteiten gebruiken in correspondentie en in rechtshulpverzoek. Verzocht om strikte vertrouwelijkheid t.a.v. bestaan, inhoud en uitvoering verzoek. Tijdsverloop maakt niet anders, omdat niet is gebleken dat verzochte vertrouwelijkheid in tijd is begrensd. Andere aangedragen gevallen leiden niet tot andere conclusie, alleen al omdat de details daarvan niet bekend zijn. Ook zienswijze vragen hoefde hier niet: staatssecretaris mocht ervan uitgaan dat men rekende op vertrouwelijkheid.

·         Motiveren per onderdeel hoefde niet: gelet op aard van samenwerking en uitgangspunt van vertrouwelijkheid kon worden volstaan met motivering voor hele document.

Beroep tegen nieuwe besluit (i.v.m. samenhang):

·         Zoekslagen: besluit bevat toelichting. Met beschreven zoekslagen is op zorgvuldige wijze uitvoering gegeven aan verzoek. Mededeling dat er niet meer is geloofwaardig. Dat er meer verzoeken zijn, betekent niet dat er meer documenten bij S moeten berusten. Veel betreft eenvoudige verzoeken om informatie: worden opgepakt door politie, niet FIOD en daarmee niet bij S. Ook is gemotiveerd betwist dat het mogelijk is op kenmerknummers te zoeken binnen de systemen. Bij ouder dan 5 jaar is regel gesteld dat die zijn vernietigd wegens verstrijken bewaartermijn: voor zover desondanks wel beschikbaar, is dit bij de procedure betrokken. Geen aanleiding voor twijfel.

·         5.1/2.a: herhaling van de grond in hoger beroep; ook overwegingen worden door Afdeling herhaald. S mocht ook hier grotere betekenis toekennen, voldoende gemotiveerd.

·         5.1/2.c (voor uitgaande rechtshulpverzoeken): inzicht in kennispositie en/of onderzoeksmethode FIOD in lopende onderzoeken en lopende rechtelijke procedures. Ja, mocht zwaarder worden gewogen, voldoende gemotiveerd. Geen motivering per onderdeel want de documenten bevatten in hun geheel inhoudelijke informatie over de onderzoeken. Dat ze ook enige informatie van meer feitelijke aard bevatten, doet hier niet aan af. Die valt namelijk niet zinvol te scheiden van de rest (RVS:2025:5627).

·         Omdat er al integraal mocht worden geweigerd, wordt de weigering dat bepaalde gegevens gaan om politiegegevens ofwel strafvorderlijke gegevens niet beoordeeld.

ECLI:NL:RVS:2026:1708

Datum uitspraak: 25 maart 2026

Gedeputeerde Staten (GS) Noord-Brabant, inz. gespreksverslag e.a. tussen Kabinet commissaris van de Koning (CvdK) en voormalig burgemeester Gemert-Bakel. De rechtbank had vernietigd en opgedragen tot een nieuwe zoekslag. Dit heeft deels geleid tot nieuwe beslissing op bezwaar, waartegen van rechtswege beroep ontstaat bij de Afdeling.

·         Gespreksverslag (hoger beroep): zo goed als herhaling van gronden. Afdeling kan zich vinden in oordeel rechtbank dat zoekslag daarnaar zorgvuldig, volledig en voldoende inzichtelijk was gemaakt.

·         Overige stukken (daarmee samenhangend beroep): in nieuwe besluit is inzichtelijk en uitgebreid gemotiveerd hoe is gezocht + gedetailleerd beschreven wat is aangetroffen en wanneer deze stukken openbaar zijn gemaakt. Er is geprobeerd een verwijderde mailbox te herstellen, ook overleg gevoerd met interne ICT-afdeling en extern bedrijf. Geen twijfel aan toelichting. Voor zover de inhoud in strijd met archiefregels niet is gearchiveerd, betekent dit niet dat de toelichting ongeloofwaardig is. Voor onderzoek door ICT- of informatiespecialisten bestaat geen aanleiding, ook niet voor horen van ambtenaar omdat niet wordt ontkend dat deze voor het verwijderen enige tijd toegang had. Dit kan niet afdoen aan de conclusie dat de mailbox niet meer beschikbaar is. Geen grond voor oordeel dat mailbox toch onder college berust.

ECLI:NL:RVS:2026:1732

Datum uitspraak: 25 maart 2026

B en W Rijswijk, inz. asbesthoudende materialen in huurwoning van verzoeker.

·         Herhaalde grond m.b.t. Wob of Woo van toepassing. Rechtbank had geoordeeld dat Woo geldt omdat er geen sprake was van overgangsrecht. Afdeling kan zich hierin vinden.

·         Niet aannemelijk gemaakt dat bepaalde documenten onder college berusten. Zoekslag wordt voldoende zorgvuldig geacht. Er was een nieuwe zoekslag na bezwaar uitgevoerd. Geen aanleiding om te veronderstellen dat er nog meer documenten onder de Omgevingsdienst berusten. Handhavingsverzoek was blijkens brief pas in 2025 ontvangen, die berustte nog niet onder college.

·         Echter niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de adresgegevens zijn gelakt. Als het college vindt dat er gelakt moet worden vanwege persoonlijke levenssfeer (5.1/2.e Woo) dan moet dit ex 5.1/3 Woo kenbaar worden gemaakt: waarom er sprake is van schending en waarom dit zwaarder dient te wegen. Niet gedaan, slechts toegelicht dat er op verzoek van onderzoeksbureau (zienswijze) gegevens zijn gelakt die herleidbaar zijn tot personen. Kennelijk omdat anders inzage wordt gegeven in woningen die niet zijn onderzocht. Zegt echter niets over persoonlijke levenssfeer, laat staan waarom dit belang zwaarder weegt. Ter zitting bij de Afdeling niet verder toegelicht, alleen gewezen op de wens van onderzoeksbureau als derde-belanghebbende en de omstandigheid – kennelijk betrekking hebbend op belang van verhuurder dat veel huurwoningen tegenwoordig koopwoningen worden en niet de bedoeling is dat via Woo info openbaar wordt die potentiële kopers niet zouden hebben.

·         In tegenstelling tot wat rechtbank heeft overwogen kan voorkomen dat inzage wordt gegeven in huisnummer dat niet is onderzocht geen belang opleveren dat toepassing van 5.1/2.e Woo rechtvaardigt. Niet deugdelijk gemotiveerd waarom persoonlijke levenssfeer het weigeren rechtvaardigt.

ECLI:NL:RBGEL:2026:2400

Datum uitspraak: 24 maart 2026

College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb), derde-belanghebbende probeert met voorlopige voorziening (vovo) openbaarmaking van verzoek Bijenstichting tegen te houden.

Het ging om toelatingsbesluiten over het gewasbeschermingsmiddel Gazelle met als werkzame stof acetamiprid. Heeft bezwaar enige kans van slagen? Er wordt niet conform zienswijze openbaar gemaakt, waarbij volgens bedrijf evenwicht tussen transparantie en bescherming concurrentiegevoelige commerciële belangen wordt ondermijnd. Er is discussie over of sprake is van emissiegegevens in relatie tot de uitleg die het College geeft aan een HvJ-arrest. De vraag of samenstellingsgegevens altijd kwalificeren als emissiegegevens is een vraag die in rechte (in bezwaar) moet worden beoordeeld, terwijl dit belang bij openbaarmaking komt te vervallen (want onomkeerbaar). Ook wordt gesteld dat de documenten info bevatten over leveranciers en fabrikanten: dat betekent een individuele beoordeling van elk document en die beoordeling past niet bij de vovo. De vovo wordt daarom toegewezen. Spoedeisend belang Woo-verzoeker niet gebleken.

ECLI:NL:RBGEL:2026:2143

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (M.LVVN/NVWA), voorlopige voorziening (vovo) van slachtbedrijf als derde-belanghebbende om openbaarmaking op verzoek te voorkomen.

·         Er wordt gewezen op de vaste jurisprudentie m.b.t. toezichthouders, dient publieke debat, vergroot transparantie van toezicht, in toenemende mate actief, bijdrage leveren aan maatschappelijk debat over voedselveiligheid en dierenwelzijn.

·         5.1/2.h Woo, vrees voor dierenrechtenactivisme: vaste rechtspraak dat enkele vrees onvoldoende is. Enkele algemene veronderstelling wat ze kunnen met de info is onvoldoende. Geen concrete aanknopingspunten voor dreiging. Dreigingsbeeld Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is dat extremistische acties door dierenrechtenextremisten bijna niet voorkomen in NL, tegendeel niet aannemelijk gemaakt met concrete aanknopingspunten voor eigen veiligheid.

·         Ook geen analogie met Dierproevenrichtlijn, niet gebleken dat ze hieronder valt of als zodanig behandeld moet worden.

·         Het gaat hier om een rechtspersoon en die kent geen persoonlijke levenssfeer. Het bedrijfsperceel is tevens woning. Uit vaste rechtspraak volgt dat geen onderscheid kan worden gemaakt. Ook niet aannemelijk gemaakt dat dit leidt tot onevenredig nadeel en haar belang dit te voorkomen zwaarder weegt.

Vovo afgewezen: de minister mag de stukken openbaar maken.

ECLI:NL:RVS:2026:1546

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Burgemeester Rotterdam, inz. veiligheidssituatie / woningsluitingen in Carnisse en Kop van Zuid/Entrepot 2014-2020. Misbruik van recht, 4.6 Woo. 

Veel verzoeken, merendeel in de kern dezelfde bestuurlijke aangelegenheid, volgens burgemeester algemeen omvangrijk en niet begrijpelijk, niet bereid tot preciseren, past verzoeken aan en breidt ze uit, vraagt eigen Wob-verzoeken op en verzoekt om nieuw op te stellen documenten, aanmatigende en bedreigende bewoordingen uitgelaten. Rechtbank ging mee, Afdeling niet:

·         Vaste jurisprudentie wordt aangehaald.

·         RVS:2016:157: min of meer overmatig beroep op geboden faciliteiten levert in het algemeen op zichzelf geen misbruik van recht op. Elk beroep brengt namelijk kosten met zich voor overheid en benadeelt overheid in zoverre. Wel kan aantal malen bijdragen aan conclusie van misbruik.

·         Hier onvoldoende aanknopingspunten: weliswaar in 1,5 jaar meerdere verzoeken ingediend over vergelijkbare onderwerpen, maar dit verzoek staat op zichzelf en is voldoende concreet en begrijpelijk. Hoewel burgemeester wel rekening mag houden met eerdere Wob-verzoeken, maakt de Afdeling uit die verzoeken niet op dat hij bevoegdheid evident heeft aangewend zonder redelijk doel of voor ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven.

·         Dat burgemeester stelt dat niet zinvol is om gevraagde info openbaar te maken omdat uit contact zou blijken dat verzoeker niets zal hebben aan de informatie, kan de Afdeling niet volgen. Voor beoordeling wel/niet openbaar maken op grond van Woo is niet bepalend of openbaarmaking zinvol is voor de verzoeker.

·         Ook uit handelswijze verzoeker blijkt niet dat hij misbruik maakt. Dat hij ook klachten heeft ingediend en regelmatig correspondeert is op zichzelf bezien geen reden om misbruik aan te nemen Uit dossier valt niet af te leiden dat hij zich bedreigend heeft uitgelaten.

Verzoek had in behandeling genomen moeten worden; dit moet nu alsnog + proceskostenvergoeding.

ECLI:NL:RVS:2026:1567

Datum uitspraak: 18 maart 2026

B en W Roosendaal, verzoek Porco inz. documenten ambtenaren, wethouders en ingeschakelde derden over aanvraag omgevingsvergunning die zij heeft ingediend.

·         Porco meent dat Wob en niet Woo van toepassing zou zijn, omdat bezwaar is ingediend toen Wob nog van toepassing was (vanwege de toepassing van nieuwe grond 5.1/2.f Woo). Er is niet voorzien in overgangsrecht: college heeft besluit terecht op Woo genomen.

·         Wob bevatte gelijkluidende beschermingsbepaling als Woo, alleen al daarom niet in strijd met rechtzekerheidsbeginsel. Ook geen andere omstandigheden die rechtvaardigen dat uitzondering wordt gemaakt op onmiddellijke werking Woo.

·         Zoekslag: meer stukken? Enkele feit dat college aantal keren aanvullende zoekslagen heeft gedaan waaruit nieuwe documenten zijn gevonden die onder reikwijdte vallen, betekent niet dat er nu nog relevante stukken bij college berusten. Mogelijke verklaring is mondelinge communicatie (verklaring behandelend ambtenaar dat second opinion mondeling is verstrekt). Niet ongeloofwaardig. Geen aanknopingspunten voor tegendeel.

·         Eerlijk proces, 6 EVRM: uitgangspunt Wob en Woo is dat recht op openbaarmaking uitsluitend publieke belang van een goede en democratisch bestuursvoering dient. Daarom algemene of publieke belang bij belangenafweging, maar niet specifieke of persoonlijke belang verzoeker. Ook niet relevant voor vraag of bestuursorgaan verplicht is verzoek in te willigen. Art. 6 EVRM speelt in Woo-procedure geen rol, omdat dergelijke procedure alleen algemeen belang aan de orde is en niet enig burgerrechtelijk recht of enige burgerrechtelijke verplichting. Dat verzoeker stelt belang te hebben voor gebruik in procedure waarbij die rechten wel aan de orde zijn, maakt dit niet anders. In Woo-procedure kan niet beoordeeld worden welke verplichtingen in de specifieke andere procedure gelden. Daarom faalt beroep hierop.

Er is een nieuw besluit genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank:

·         Opnieuw gezocht naar vervolgopdracht aan onderzoeksbureau Tauw. Toegelicht dat die nooit is gegeven, verklaard door ambtenaar die mail heeft verzonden. Dag voor zitting is nog navraag gedaan bij Tauw: die verklaart geen vervolgopdracht te hebben ontvangen en er zijn geen werkzaamheden verricht in dit dossier. Porco heeft aangegeven dat dit afdoende is. Daarom geen verdere bespreking meer.

ECLI:NL:RVS:2026:1637

Datum uitspraak: 18 maart 2026

B en W Nijmegen, inz. besluit aanpassing vergoeding bijzondere bijstand inrichtingskosten najaar 2018. Mondelinge uitspraak. College heeft de 2 reeds openbare documenten verstrekt, meer was er niet. De gronden zijn zo goed als een herhaling van beroep. Afdeling kan zich vinden in oordeel rechtbank.

ECLI:NL:RBGEL:2026:2144

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (M.LVVN/NVWA), voorlopige voorziening (vovo) van slachtbedrijf als derde-belanghebbende om openbaarmaking op verzoek te voorkomen.

·         Er wordt gewezen op de vaste jurisprudentie m.b.t. toezichthouders, dient publieke debat, vergroot transparantie van toezicht, in toenemende mate actief, bijdrage leveren aan maatschappelijk debat over voedselveiligheid en dierenwelzijn.

·         5.1/2.h Woo, vrees voor dierenrechtenactivisme: vaste rechtspraak dat enkele vrees onvoldoende is. Enkele algemene veronderstelling wat ze kunnen met de info is onvoldoende. Geen concrete aanknopingspunten voor dreiging. Dreigingsbeeld Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is dat extremistische acties door dierenrechtenextremisten bijna niet voorkomen in NL, tegendeel niet aannemelijk gemaakt met concrete aanknopingspunten voor eigen veiligheid.

·         5.1/5 Woo: dat openbaarmaking herleidbaar tot bedrijven kan leiden tot reputatieschade, stigmatisering en ondernemers en financiële schade is onvoldoende voor onevenredige benadeling. Dergelijke gevolgen zijn geen reden waarom tekortkomingen in bedrijfsvoering geheim zouden moeten blijven. Dat documenten nog onderwerp van geschil in juridische procedure zijn, neemt niet weg dat ze inzicht bieden in wijze waarop Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezichthoudende taak uitoefent. Belangen voldoende ondervangen met vermelden dat documenten nog niet onherroepelijk zijn. Ook omstandigheid van permanent toezicht is geen reden om onevenredige benadeling aan te nemen. Geen reden om aan te nemen dat dit maakt dat er sprake is van uitzonderlijk geval.

·         Geanonimiseerd openbaar maken m.b.t. bedrijfsnaam, vestigingsadres en woonadres. Nee, algemeen publieke belang is hiermee onvoldoende gediend. 

Vovo afgewezen: de minister mag de stukken openbaar maken.

ECLI:NL:RBNNE:2026:889

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (M.LVVN), derde-belanghebbende Stichting Veehandelscentrum Noord Nederland probeert met voorlopige voorziening (vovo) in beroep openbaarmaking van verzoek WakkerDier tegen te houden.

Mondelinge uitspraak met korsluiting (8:86 Awb). Het gaat hier om aantallen dieren die worden aangevoerd op bedrijf en locatie van het bedrijf. Betreft emissiegegevens (5.1/7 Woo). Dat de dieren op transport zijn en maar kort aanwezig zijn op de verzamelplaats maakt dit niet anders: vaststaat immers dat de aanwezigheid op die plek leidt tot emissies. Er zijn meerdere dagen per week dieren aanwezig en er is een mestopslag. Voor emissies maakt het niet uit of dieren er langdurig aanwezig zijn of steeds wisselende dieren die maar kort verblijven. Hierdoor is de gestelde weigeringsgrond niet van toepassing.

Nog los daarvan zijn de naam en adresgegevens via de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) al openbaar. De openbaarmaking is terecht. Desondanks wel voorziening dat de werking wordt geschorst voor één week (‘een korte maar redelijke termijn’), om hoger beroep mogelijk te maken.

ECLI:NL:RVS:2026:1532

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Kansspelautoriteit, actieve openbaarmaking boetebesluit € 400.000. Art. 3.3 lid 2 onder k Woo is nog niet in werking getreden, dus wordt enkel getoetst aan 3.1 Woo.

·         Hier wordt de inmiddels vaste lijn herhaald m.b.t. bekendheid taakuitvoering en waarschuwen consument. Aan algemeen belang openbaarheid wordt groot gewicht toegekend. Oogmerk is voorlichting, niet bestraffing.

·         Geen grond voor betoog dat wetgever iedere actieve openbaarmaking van bestuurlijke bestraffende sanctie bij voorbaat onevenredig benadelend acht. De uitzondering die in 3.3 lid 2 onderdeel k onder 5o Woo is opgenomen, leidt er alleen toe dat er geen algemene plicht bestaat om bestuurlijke sanctie actief openbaar te maken. Neemt niet weg dat bestuursorgaan bevoegd blijft om via 3.1 Woo hier uit eigen beweging toe te besluiten.

·         Verder niet aangevoerd waarom openbaarmaking in concrete geval onevenredig benadelend is geweest. Hier geen sprake van situatie dat besluit in rechte geen stand houdt en er ten onrechte als overtreder kenbaar is gemaakt.

ECLI:NL:RBZWB:2026:1906

Datum uitspraak: 17 maart 2026

B en W Hulst, inz. planontwikkeling project 2013-2023. Er is twee keer buiten behandeling gesteld (4.1/5 Woo en 4.1/6 Woo) en één keer is alles geweigerd (226 documenten integraal niet openbaar). Tussenuitspraak.

M.b.t. integrale weigering:

·         De weigeringen zijn is niet gemotiveerd per document, slechts in algemene bewoordingen.

·         Staatssteunprocedure EC (5.1/2.a Woo en 5.1/2.i Woo): onvoldoende gemotiveerd want enkele omstandigheid dat er sprake is van (mogelijke aanloop naar) dergelijke procedure is onvoldoende. Niet onderbouwd dat ze deel uitmaken van documenten die onder Europese Commissie (EC) berusten. Commissie gaat blijkens de stukken er niet zonder meer vanuit dat alle documenten (in aanloop naar) procedure vertrouwelijk zijn. Uit overgelegde brief van EC blijkt juist dat partij zelf aan moet geven of iets vertrouwelijk is; de EC ligt dit hier niet op. Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) heeft mogelijk wat vertrouwelijk overgelegd, maar het blijft onduidelijk voor welke documenten de geheimhouding zou zijn opgelegd en of ze onder bereik van artikel 30 Verordening vallen. Openbaarmaking is zekerheidshalve over alle stukken waarover twijfel zou bestaan achterwege gelaten. Hoofdregel Woo is echter dat documenten openbaar worden; het past daarbij niet om documenten zekerheidshalve niet openbaar te maken. Beroep op weigeringsgronden 5.1/2.a Woo en 5.1/2.i Woo moeten goed onderbouwd worden en dus gemotiveerd. Niet of onvoldoende gebeurd.

·         Het is niet de bedoeling van de geheimhoudingsregeling van de Verordening dat een bestuursorgaan de Woo opzij kan zetten door documenten vertrouwelijk aan de EC over te leggen. De regeling is bedoeld te voorkomen dat andere partijen documenten openbaar maken die eronder vallen. Geen sprake van. Nergens blijkt uit dat EC vindt dat stukken van BZ niet openbaar mogen. Daarom motiveringsgebrek.

·         Daarna gaat de rechtbank over tot steekproefsgewijze beoordeling. Daarbij is de rechtbank veelal niet duidelijk waarom er nou precies moet worden geweigerd. Ook moet bijv. de intentieovereenkomst per passage worden beoordeeld. Het gaat bij 5.1/.1.c vooral om of de overgelegde informatie vertrouwelijk is en niet zozeer of deze vertrouwelijk is overgelegd, omdat een bedrijf anders alles ‘vertrouwelijk’ kan overleggen. Boventoon: integraal openbaarmaking weigeren gaat te ver of is in ieder geval volstrekt onvoldoende gemotiveerd.

·         Vanuit de steekproef ziet de rechtbank geen aanleiding voor stelling dat gedeeltelijke openbaarmaking niet kan. Geheimhouding moet uitzondering blijven: de meeste documenten kunnen grotendeels of zelfs integraal openbaar.

·         Ook is in strijd met 5.3 Woo niet gemotiveerd waarom stukken ouder dan 5 jaar niet openbaar kunnen. Door verloop van tijd minder concurrentiegevoelig: zeker waar het plannen betreft die niet meer uitgevoerd gaan worden of al uitgevoerd zijn, moet college goed motiveren.

·         Er zit ook wel degelijk milieu-informatie in de documenten, waarvoor de Woo een speciale regeling kent. Dat noopt tot extra motivering bij weigering, gelet op 5.1/5 Woo en 5.1/6 Woo.

M.b.t. buiten behandeling stellen:

·         De verzoeken zijn voldoende concreet afgebakend: specifiek project over specifieke periode. Preciseringsverzoek is bedoeld om duidelijk te krijgen wat een verzoeker wil hebben en niet om het verzoek terug te brengen tot proporties die het bestuursorgaan acceptabel acht. Speelt ook mee dat verzoeker niet weet welke documenten er zijn en in die zin lastig verder kan preciseren. Mogelijk had n.a.v. inventarislijst in kader van behulpzaamheid nog kunnen worden gekeken wat wel en niet onder verzoek vallen.

·         College heeft weliswaar gesteld dat verzoek zeer omvangrijk is, maar niet concreet aangegeven op welke punten het verzoek niet duidelijk genoeg is. Dus is buiten behandeling stellen onrechtmatig. De verzoeken moeten alsnog worden behandeld.

Zienswijzeprocedure was niet gevolgd omdat college niet van plan was documenten vrij te geven. De stelling van verzoeker dat zij geen zienswijze meer mogen indienen gaat niet op. Het is onduidelijk in hoeverre zij op de hoogte waren van de (omvang en reikwijdte van) de procedure. Niet alle (rechts)personen zijn aangeschreven door de rechtbank en bovendien hadden zij geen inzicht in welke gegevens in de documenten terug te vinden zijn. Daarom moeten voor een nieuw besluit de belanghebbende in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven. Mede hierdoor wordt de termijn voor de bestuurlijke lus gesteld op 12 en 16 weken. Die termijn mag in beginsel niet worden verlengd. Het is veel werk, maar college heeft de verzoeken tot dusverre niet opgepakt met de zorgvuldigheid die van hem had mogen worden verwacht.

ECLI:NL:RBZWB:2026:1770

Datum uitspraak: 13 maart 2026

B en W Moerdijk, beroep niet tijdig beslissen. Kennelijk gegrond.

College geeft aan dat verzoek meer tijd in beslag heeft genomen vanwege aard en compliciteit en omstandigheid dat daarbij belangen derde betrokken zijn. Besluitvorming bevindt zich in afrondende fase en er zou 26 februari 2026 besluit genomen worden. College heeft de rechtbank niet geïnformeerd dat dit is gebeurd, dus rechtbank gaat er vanuit dat dit nog moet.

Verzoeker wil een termijn van één week, maar rechtbank ziet daar geen aanleiding voor. Gewoon termijn van 2 weken na uitspraak, dwangsom € 100 p.d., max. € 15.000.

ECLI:NL:RVS:2026:1434 & 1436

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (S.LVVN), verzoek Vereniging Meten = Weten op grond van 67 EU-verordening 1107/2009 inz. info uit register van 2 professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen.

Voorlopige voorziening-procedure (vovo) door staatssecretaris. Hoger beroep gaat over vraag of de uitleg die rechtbank geeft aan Verordening juist is, o.a. of verenigbaar is dat staatssecretaris gehouden zou zijn info met oog op openbaarmaking op te vragen zonder aanleiding vanuit belang van uitoefening toezicht.

Principiële rechtsvragen voor bodemprocedure, dus nu belangenafweging. Procedure zou geen zin meer hebben als staatssecretaris uitspraak moet uitvoeren en dus de info zou moeten opvragen. Het is niet uitgesloten dat er meer inzageverzoeken en bijbehorende procedures zullen komen als uitvoering wordt gegeven aan de opdracht. Niet buiten twijfel dat de uitspraak rechtbank onverkort stand zal houden, geen directe aanknopingspunten te vinden in huidige rechtspraak over Woo of in Verordening. Zwaarder wegend belang van vereniging niet gebleken. Vovo-rechter zal bovendien bevorderen dat hoofdzaak op korte termijn wordt behandeld. Vovo toegewezen. 

ECLI:NL:RVS:2026:1450

Datum uitspraak: 13 maart 2026

8:29 Awb in zaak m.b.t. omgevingsvergunning. Betreft advies Bibob.

Creil beschikt weliswaar al over de stukken, maar Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A (MOB) en Animal Rights (AR) als derde-belanghebbenden nog niet. De stukken bevatten concrete strafrechtelijke en strafvorderlijke informatie over Creil en derden uit samenwerkingsverband + concrete info over lopende bestuurlijke handhavingstrajecten.

Enkele feit dat in Wet Bibob een regeling over geheimhouding is opgenomen betekent niet dat zonder meer gewichtige redenen aanwezig zijn. Bij beoordeling dient gewicht te worden toegekend aan uit Wet Bibob blijkende belang bij geheimhouding van de gegevens (RVS:2019:3686). Hier gerechtvaardigd, belang MOB en AR weegt minder zwaar dan belang geheimhouding Bibob-gegevens en persoonlijke levenssfeer, van belang dat het gaat over strafrechtelijke gegevens.

MOB en AR werden niet wezenlijk belemmerd in procesvoering, want in essentie zijn ze op de hoogte van de vermeende strafbare feiten omdat in de rechtbankuitspraak over de weigering van de vergunning kort vermeld is om welke vermeende strafbare feiten het gaat.

ECLI:NL:RBGEL:2026:1921

Datum uitspraak: 12 maart 2026

Autoriteit Persoonsgegevens (AP), voorlopige voorziening (vovo) tegen buiten behandeling stellen Woo-verzoek. Kan niet leiden tot vernietiging besluit hangende bezwaarprocedure, vanwege voorlopig karakter.

Verzoeker is niet gebaat bij schorsing, omdat dit niet maakt dat AP alsnog moet beslissen. Verzoek tot beslistermijn van 5 dagen is te verstrekkend, omdat op dit moment niet vast staat dat de buitenbehandelingstelling onterecht was: dit komt in bezwaar aan de orde. Zo’n voorziening zou ook niet betekenen dat verzoeker de gewenste informatie daadwerkelijk ontvangt.

Ook kan de vovo-rechter geen oordeel geven over verschuldigdheid en hoogte van eventuele dwangsom omdat er geen sprake is van een dwangsombesluit (= niet voldaan aan formele connexiteitsvereiste). M.b.t. opdragen onafhankelijk onderzoek te doen naar digitale incidenten valt dit verzoek de reikwijdte van de procedure ver te buiten; ze houden geen verband met de buitenbehandelingstelling van zijn Woo-verzoek.

ECLI:NL:RVS:2026:1404

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Sociale Verzekeringsbank (SVB), inz. advocatenkantoren Turkije (aanbesteding, incasso). Namen advocaten (5.1/2.e): verwijzing naar RVS:2025:4322.

Advocaten treden niet zonder meer vanuit hun functie in de openbaarheid. Bijzondere positie binnen de rechtsstaat, gebonden aan kernwaarden onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Om die kernwaarden uit te oefenen zullen advocaten in beginsel juist niet in openbaarheid treden. Procesvertegenwoordiger maakt dit niet anders. Verzoekers willen met de namen vaststellen wie persoonsgegevens heeft verwerkt om zodoende klacht in te dienen bij Turkse AP. Hiermee is niet aannemelijk gemaakt dat openbaarheid zwaarder weegt.

ECLI:NL:RVS:2026:1386

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Minister van Defensie (M.DEF), inz. Handboek Inlichting voor de analist van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

·         Het horen door bezwaaradviescommissie vond plaats zonder verzoeker. Afdeling kijkt naar Awb: 7:13, 7:6, 7:4 lid 7 en 7:7. Ook wordt gekeken naar de memorie van toelichting bij 7:6 lid 2 Awb. Uitgangspunt is beginsel van hoor en wederhoor.

·         In 7:13 Awb staan geen aparte uitzonderingen op gezamenlijk horen. Redelijke wetsuitleg brengt met zich dat aansluiting wordt gezocht bij 7:6 lid 2 Awb ‘gewichtige redenen’ (zie 7:4 lid 7 Awb). Het kan in bezwaarfase wenselijk zijn als bezwaarcommissie het bestuursorgaan kritisch kan bevragen over bijvoorbeeld documenten die gerubriceerde informatie bevatten die niet bekend mag worden bij bezwaarmaker. Anders komt rol van bestuurlijke fase in procedure en uitdrukkelijke verplichting om de nodige kennis te vergaren over relevante feiten en af te wegen belangen in gedrang. Zou ertoe kunnen leiden dat besluit niet met vereiste zorgvuldigheid (3:2 Awb) kan worden voorbereid. Zou ook voor bezwaarmaker nadelig zijn. Art. 7:6 lid 3 Awb voorziet bovendien in waarborg dat hij in beginsel op de hoogte moet worden gesteld van wat buiten zijn aanwezigheid is besproken tenzij geheimhouding geboden is. Art. 7:7 Awb borgt dat verslag moet worden gemaakt, dat in evt. rechterlijke procedure al dan niet onder beperkte kennisneming aan rechter moet worden overgelegd. Rechter kan dit mee laten wegen bij inhoudelijke beoordeling.

·         Hier ging het echter mis:

o    Met enkele mededeling dat ging om staatsgeheime en daarmee (nog) niet vrijgegeven delen is karakter van gewichtige redenen onvoldoende toegelicht.

o    Verzoeker was niet op de hoogte gesteld van wat er is besproken. Voor zover standpunt was dat dit niet kon vanwege gewichtige redenen is dit onvoldoende toegelicht.

o    Er was geen verslag gemaakt dat aan rechter kon worden overgelegd, strijdig met 7:7 Awb.

·         Gebrek kan niet worden gepasseerd (6:22 Awb), sluit aan bij CRvB. Procedure moet opnieuw.

·         Het is aan de wetgever om af te wegen of voor het horen van een bestuursorgaan buiten aanwezigheid van de bezwaarmaker een regeling in de wet moet worden opgenomen met daarin desgewenst meer waarborgen.