B en W Hulst, inz. planontwikkeling project 2013-2023. Er is twee keer buiten behandeling gesteld (4.1/5 Woo en 4.1/6 Woo) en één keer is alles geweigerd (226 documenten integraal niet openbaar). Tussenuitspraak.

M.b.t. integrale weigering:

·         De weigeringen zijn is niet gemotiveerd per document, slechts in algemene bewoordingen.

·         Staatssteunprocedure EC (5.1/2.a Woo en 5.1/2.i Woo): onvoldoende gemotiveerd want enkele omstandigheid dat er sprake is van (mogelijke aanloop naar) dergelijke procedure is onvoldoende. Niet onderbouwd dat ze deel uitmaken van documenten die onder Europese Commissie (EC) berusten. Commissie gaat blijkens de stukken er niet zonder meer vanuit dat alle documenten (in aanloop naar) procedure vertrouwelijk zijn. Uit overgelegde brief van EC blijkt juist dat partij zelf aan moet geven of iets vertrouwelijk is; de EC ligt dit hier niet op. Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) heeft mogelijk wat vertrouwelijk overgelegd, maar het blijft onduidelijk voor welke documenten de geheimhouding zou zijn opgelegd en of ze onder bereik van artikel 30 Verordening vallen. Openbaarmaking is zekerheidshalve over alle stukken waarover twijfel zou bestaan achterwege gelaten. Hoofdregel Woo is echter dat documenten openbaar worden; het past daarbij niet om documenten zekerheidshalve niet openbaar te maken. Beroep op weigeringsgronden 5.1/2.a Woo en 5.1/2.i Woo moeten goed onderbouwd worden en dus gemotiveerd. Niet of onvoldoende gebeurd.

·         Het is niet de bedoeling van de geheimhoudingsregeling van de Verordening dat een bestuursorgaan de Woo opzij kan zetten door documenten vertrouwelijk aan de EC over te leggen. De regeling is bedoeld te voorkomen dat andere partijen documenten openbaar maken die eronder vallen. Geen sprake van. Nergens blijkt uit dat EC vindt dat stukken van BZ niet openbaar mogen. Daarom motiveringsgebrek.

·         Daarna gaat de rechtbank over tot steekproefsgewijze beoordeling. Daarbij is de rechtbank veelal niet duidelijk waarom er nou precies moet worden geweigerd. Ook moet bijv. de intentieovereenkomst per passage worden beoordeeld. Het gaat bij 5.1/.1.c vooral om of de overgelegde informatie vertrouwelijk is en niet zozeer of deze vertrouwelijk is overgelegd, omdat een bedrijf anders alles ‘vertrouwelijk’ kan overleggen. Boventoon: integraal openbaarmaking weigeren gaat te ver of is in ieder geval volstrekt onvoldoende gemotiveerd.

·         Vanuit de steekproef ziet de rechtbank geen aanleiding voor stelling dat gedeeltelijke openbaarmaking niet kan. Geheimhouding moet uitzondering blijven: de meeste documenten kunnen grotendeels of zelfs integraal openbaar.

·         Ook is in strijd met 5.3 Woo niet gemotiveerd waarom stukken ouder dan 5 jaar niet openbaar kunnen. Door verloop van tijd minder concurrentiegevoelig: zeker waar het plannen betreft die niet meer uitgevoerd gaan worden of al uitgevoerd zijn, moet college goed motiveren.

·         Er zit ook wel degelijk milieu-informatie in de documenten, waarvoor de Woo een speciale regeling kent. Dat noopt tot extra motivering bij weigering, gelet op 5.1/5 Woo en 5.1/6 Woo.

M.b.t. buiten behandeling stellen:

·         De verzoeken zijn voldoende concreet afgebakend: specifiek project over specifieke periode. Preciseringsverzoek is bedoeld om duidelijk te krijgen wat een verzoeker wil hebben en niet om het verzoek terug te brengen tot proporties die het bestuursorgaan acceptabel acht. Speelt ook mee dat verzoeker niet weet welke documenten er zijn en in die zin lastig verder kan preciseren. Mogelijk had n.a.v. inventarislijst in kader van behulpzaamheid nog kunnen worden gekeken wat wel en niet onder verzoek vallen.

·         College heeft weliswaar gesteld dat verzoek zeer omvangrijk is, maar niet concreet aangegeven op welke punten het verzoek niet duidelijk genoeg is. Dus is buiten behandeling stellen onrechtmatig. De verzoeken moeten alsnog worden behandeld.

Zienswijzeprocedure was niet gevolgd omdat college niet van plan was documenten vrij te geven. De stelling van verzoeker dat zij geen zienswijze meer mogen indienen gaat niet op. Het is onduidelijk in hoeverre zij op de hoogte waren van de (omvang en reikwijdte van) de procedure. Niet alle (rechts)personen zijn aangeschreven door de rechtbank en bovendien hadden zij geen inzicht in welke gegevens in de documenten terug te vinden zijn. Daarom moeten voor een nieuw besluit de belanghebbende in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven. Mede hierdoor wordt de termijn voor de bestuurlijke lus gesteld op 12 en 16 weken. Die termijn mag in beginsel niet worden verlengd. Het is veel werk, maar college heeft de verzoeken tot dusverre niet opgepakt met de zorgvuldigheid die van hem had mogen worden verwacht.