Wanneer een Woo-verzoeker misbruik maakt van de Woo heeft hij een ander doel met het verkrijgen van publieke informatie. Een verzoek als misbruik van de Woo bestempelen is een zwaarwegend middel. Soms is dit middel nodig, maar soms zijn er ook alternatieve stappen die je als behandelaar al eerder in het proces kunt nemen. 

Voor misbruik van het recht kent de Woo de antimisbruikbepaling (Artikel 4.6) als laatste redmiddel. Hoewel het – met goede reden – niet al te gemakkelijk is om de drempel van misbruik van recht te halen, is het in voorkomende gevallen toch zeker niet onmogelijk. Het ministerie van BZK heeft hiervoor de handreiking ‘ZO! ga je om met de antimisbruikbepaling' ontwikkeld. Deze helpt bestuursorganen bij het bepalen wanneer zij de antimisbruikbepaling kunnen inroepen en bij het omgaan met (vermoedelijk) misbruik of oneigenlijk gebruik van de Woo. 

Acties

  • Spreek de verzoeker aan op zijn gedrag
    •  Overweeg, bij twijfel over de intenties van de verzoeker bij zijn verzoek, het gesprek met hem aan te gaan en hem hierop te bevragen. Benoem tijdens dit gesprek dat het om oneigenlijk gebruik lijkt te gaan en hij daarmee mogelijk misbruik maakt van de Woo.  Niet iedereen weet dit. Soms is dit voldoende informatie voor de verzoeker om zijn verzoek in te trekken of aan te passen.
    • Wanneer het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, is de verzoeker mededelen dat het verzoek om deze reden niet behandeld wordt. Je hoeft dan niet meteen beroep te doen op de antimisbruikbepaling.
    • Als jij of het bestuursorgaan het gedrag van de verzoeker niet voldoende acht om echt misbruik van de Woo aan te nemen, dan betekent dat niet dat je geen opties hebt het gedrag op een andere manier een halt toe te roepen. Je kunt bijvoorbeeld overwegen een ordegesprek te voeren, een waarschuwing te geven en daarna een stopbrief te sturen. Zie hiervoor situatie 5 en situatie 6.
  • Stel het verzoek buiten behandeling bij constatering van misbruik
    • Steek nog nadrukkelijker dan normaal energie in goede dossieropbouw, als je denkt dat je te maken hebt met misbruik van recht. Leg vast welke contactmomenten er zijn geweest, welke gedragingen de verzoeker laat zien en uitlatingen hij heeft gedaan, wat de context is waarbinnen de verzoeken moeten worden geplaatst, hoe het tijdpad eruit ziet, etc. Vraag zo nodig collega’s hieraan bij te dragen vanuit hun eigen ervaringen met de vermoede misbruiker. Als het goed is ontstaat op die manier een concreet totaalbeeld.
    • Stel bij de conclusie ‘misbruik’ het verzoek zo snel mogelijk buiten behandeling. De wet gaat uit van twee weken na ontvangst of ‘onverwijld’. Dat laatste betekent in de praktijk dat je binnen alle redelijkheid zo snel hebt gehandeld als je kunt om het verzoek na het nodige onderzoek en binnen de bestaande procedures buiten behandeling te stellen. Voor ‘onverwijlde’ buitenbehandelingstelling is van belang dat je het moment waarop het misbruik van recht duidelijk werd markeert.

    Misbruik wordt bovenal ingegeven door het gedrag en de proceshouding van de verzoeker in combinatie met diverse andere factoren die in de optelsom een rol spelen, met inbegrip van de omvangrijkheid en het beslag dat gelegd wordt op de organisatie. Overmatig gebruik van de Woo leidt overigens op zichzelf dus niet direct tot de conclusie ‘misbruik’. Het gaat hier in feite veel minder over het Woo-verzoek en meer over hoe dit past binnen het totaalbeeld van het gedrag van de Woo-verzoeker en de context van het verzoek. Misbruik van recht gaat dus in feite over de misbruiker. Het is belangrijk dit bij de beoordeling van het verzoek mee te nemen.