Filteren

Zoek op instantie

Zoek op datum

Periode

Vanaf

Tot en met

Er zijn geen resultaten die aan het filter voldoen.

ECLI:NL:RVS:2026:4391

Datum uitspraak: 30 juli 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, minister voor Rechtsbescherming (M.Rechtsbescherming), betreft advies Openbaar Ministerie (OM) in relatie tot Woo-verzoek inz. enkele documenten van Landsadvocaat.

Advies betreft veiligheid van de staat, reden waarom informatie is geweigerd. De Afdeling heeft geconstateerd dat de informatie hier inderdaad betrekking op heeft. Als appellant daarvan kennisneemt, zou dat het belang van veiligheid van de staat in gevaar kunnen brengen. Belang van veiligheid van de staat weegt zwaarder dan belang dat appellant kennisneemt van het advies. Beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

ECLI:NL:RVS:2026:4415

Datum uitspraak: 29 juli 2026

B en W Tilburg, inzage in adresonderzoek in relatie tot uitschrijving Brp.

Uit bewoordingen van het verzoek blijkt dat verzocht is om verstrekking van documenten die op verzoekster betrekking hebben. Het gaat haar erom documenten te verkrijgen waarin info staat over adresonderzoek dat heeft plaatsgevonden in het kader van haar uitschrijving. College had het verzoek moeten aanmerken als verzoek ex 5.5 Woo. Weliswaar staat in het verzoek dat het geen Woo-verzoek is, maar het gaat om de bewoordingen van het verzoek en niet de door betrokkene gegeven duiding van het verzoek. Rechtbank heeft ten onrechte aangemerkt als AVG-verzoek.

ECLI:NL:RVS:2026:4318

Datum uitspraak: 23 juli 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, B en W Noordoostpolder, betreft document met opmerkingen appellant in kantlijn dat college n.a.v. Woo-verzoek van Regionale Omroep Flevoland voornemens is deels openbaar te maken.

Beperkte kennisname is gerechtvaardigd. Het betreffende document bevat niet alleen de opmerkingen van appellant, maar ook een ongeschoonde versie van document dat college gedeeltelijk openbaar wil maken. Vraag of deels achterwege blijven van de informatie in het document terecht is, staat ter beoordeling in geschil in bodemprocedure. Kan niet gedurende loop procedure worden verstrekt, voorlopen op oordeel Afdeling en bodemprocedure zou in zoverre zinloos worden.

De opmerkingen in de kantlijn zien op specifieke zinnen en zinsgedeeltes en zijn zodanig verweven met de inhoud van het document dat deze daarvan niet los kunnen worden gezien. Verstrekking zou ertoe leiden dat ook de inhoud gedeeltelijk wordt prijsgegeven. Bij afweging is betrokken dat de zienswijze van appellant wel aan alle partijen is verstrekt.

ECLI:NL:RVS:2026:4294

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Raad voor Rechtsbijstand, betreft 2 (hoger) beroepen, 2 verzoeken om herziening en 1 verzet. Alle zaken worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van (proces)recht. Ook wraking en herzieningsverzoeken (na uitspraak) in deze zaken.

·         RVS:2017:3628: in procedures waarbij deze belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben, kan sprake zijn van misbruik van recht.

·         Inmiddels zijn 28 zaken bij de Afdeling aanhangig gemaakt. Zie beschrijving voorgeschiedenis in de uitspraak.

·         In de verzetszaak geldt dat hij op basis van eerdere ervaringen moet geacht worden te weten dat verzet evident geen kans van slagen heeft. Hij gebruikt verzet en herziening om zijn zaak steeds opnieuw aan de orde te stellen zonder gronden aan te voeren die gaan over de rechtsvraag die in dat stadium van de procedure voorliggen. Hij blijft zich keren tegen door hem ervaren onrecht in het verleden. Dit gedrag laat hij ook bij andere gerechten zien. Keer op keer instellen van rechtsmiddelen die daar niet voor bedoeld zijn, getuigt van excessief procedeergedrag dat het rechtssysteem op oneigenlijke wijze belast.

·         In de twee hoger beroepen gaat het om een nabetaling van een hogere eigen bijdrage. De gronden die hij aanvoert kunnen duidelijk nergens toe leiden. In RVS:2023:4119, ook een zaak van deze betrokkene, heeft Afdeling al overwogen dat voor hoogte eigen bijdrage slechts hoogte van inkomen van belang is. Hij wordt geacht te weten dat hoger beroep evident geen kans van slagen heeft.

·         Herzieningsverzoek 1: net als eerdere verzoeken is dit verzoek onbegrijpelijk geformuleerd en is het betoog niet gericht op 8:119 lid 1 Awb. Dat alleen kan worden herzien bij dergelijke feiten en omstandigheden is hem meermaals duidelijk gemaakt. Hij moet geacht worden te weten dat het verzoek om herziening evident geen kans van slagen heeft.

·         Herzieningsverzoek 2: betreft een herhaald verzoek om herziening. Dat dit niet mogelijk is voor dezelfde uitspraak is meermaals aan hem duidelijk gemaakt (o.a. RVS:2025:2276, RVS:2025:2277). Voor zover het moet worden opgevat als verzoek om herziening van RVS:2023:4114 is het onbegrijpelijk geformuleerd en betoog niet gericht op 8:119 lid 1 Awb. Ook hier moet hij worden geacht te weten dat het (herhaald) verzoek om herziening evident geen kans van slagen heeft.

·         Conclusie: het procedeergedrag doet zich in alle 5 zaken voor. Gebruikt de procedures om een veelheid van niet ter zake doende stukken zonder toelichting in geding te brengen en telkens opnieuw afgedane zaken uit het verleden en door hem ervaren misstanden in handelen van de raad en anderen aan de orde te stellen, waarvan hij moet weten dat deze procedures daar niet over gaan. Daarom misbruik van recht door bevoegdheid aan te wenden zonder redelijk doel.

·         Waarschuwing voor toekomstige zaken: in vervolg zal Afdeling steeds eerst onderzoeken of ook met die procedure misbruik van recht wordt gemaakt. Gelet op hiervoor geschetste gedrag wordt voorhand er van uitgegaan dat daarvan sprake is. Het is aan appellant om vermoeden per zaak te weerleggen. Hij moet er rekening mee houden dat hem in beginsel geen vrijstelling van betaling van griffierecht zal worden verleend tenzij blijkt dat van misbruik geen sprake is.

ECLI:NL:RVS:2026:4253

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (M.VWS), Voorlopige voorziening (vovo) inz. verzoek Stichting Bureau Clara Wichmann (BCW) inz. transvaginale bekkenbodemmatjes/mesh (TVM).

BCW wil dat er meer openbaar wordt gemaakt, Ethicon als derde-belanghebbende juist minder. Betreft 4 deelbesluiten. Ethicon en Coloplast produceren medische hulpmiddelen, in het verleden ook TVM. BCW wil onderzoek doen naar hoe de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is omgegaan met klachten van vrouwen over gebruik van TVM.

De minister is bereid te wachten met feitelijk openbaarmaking tot op hoger beroep is beslist, maar BCW is het daarmee niet eens. Vovo-rechter wijst het vovo-verzoek van Ethicon toe. Partijen zijn het o.a. niet eens met elkaar of openbaarmaking in strijd is met 109 EU-verordening 2017/745; dit moet in de bodemprocedure worden beantwoord. Als de documenten nu openbaar worden heeft behandeling van (hoger) beroep feitelijk geen zin meer. Aan belang BCW komt minder gewicht toe; die heeft al bijna 2.550 documenten ontvangen en nu gaat het nog over 152 documenten. Zij beschikt dus al over aanzienlijk deel van de informatie.

ECLI:NL:RVS:2026:4187

Datum uitspraak: 17 juli 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, Raad Tilburg. Betreft vertrouwelijke versie koopovereenkomst voor stikstofemissieruimte van 2 (voormalig) agragrische bedrijven, overgelegd om aan te tonen dat wordt voldaan aan voorwaarden voor extern salderen in kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).

De zwartgelakte delen bevatten informatie over de kosten waarvoor de ruimte is aangekocht en voorwaarden waaronder dat is gedaan. Als deze informatie kenbaar wordt voor derden, kan dat ertoe leiden dat derden inzicht krijgen in onderhandelingspositie gemeente bij aankoop van stikstofemissieruimte. Kan gemeente in toekomstige onderhandelingen schaden. Bevatten geen relevante info voor beroepen van appellanten. Daarnaast bevatten de zwarte delen persoonsgegevens, eerbieding persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder, ook hierbij geldt dat delen geen relevante info bevatten voor de beroepen.

ECLI:NL:RVS:2026:4113

Datum uitspraak: 15 juli 2026

B en W Rucphen, inz. contacten door twee met naam genoemde gemeenteambtenaren met Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) en/of andere ambtenaren over omleiding Rucphen-Sprundel-St. Willebrord.

·         Zoekslag: verzoeker meent o.a. dat mailbox voormalig medewerker wel doorzocht had kunnen worden en hij kan het weten omdat hij sinds 1976 automatiseringsdeskundige is. College heeft op zorgvuldige wijze uitvoering gegeven aan het verzoek en dus is mededeling dat er niet meer is geloofwaardig. Tegendeel niet aannemelijk gemaakt, geen voldoende concrete aanknopingspunten aangereikt. Ook geen twijfel dat mailbox niet meer kon worden doorzocht. Verder ook niet aannemelijk gemaakt dat documenten gewist zijn, nog daargelaten dat gewiste documenten niet openbaar kunnen worden. Niet aannemelijk gemaakt dat er meer berust.

·         Verzoeker vindt dat er een samenhangende, chronologische opbouw moest zijn bij de openbaarmaking en dat dus niet is voldaan aan ordeningscriteria van de Woo. Ook hadden de stukken voor hem geprint moeten worden zodat hij ze naast elkaar kon leggen. Dit is zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. Afdeling kan zich vinden in oordeel rechtbank, namelijk dat wijze van ordening aan college is en de stukken zich in goede, geordende en toegankelijke staat bevond nu er was geordend per planschadeverzoek met daaronder overige algemene stukken met bijvoeging inventarislijst.

·         Afdeling voegt daaraan toe dat zijn verzoeken hebben geleid tot grote hoeveelheid openbaargemaakte stukken. Dat verzoeker de ordeningswijze van het college geen overzichtelijke ordening vindt omdat voor hem de tijdlijn van belang is, betekent niet dat het college de documenten niet in goede, geordende en toegankelijke staat openbaar heeft gemaakt. Niet gehouden de documenten te verstrekken op de wijze zoals verzoeker dat wenste.

ECLI:NL:RVS:2026:4134

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Minister van Defensie (M.DEF), inzage in op verzoeker betrekking hebbende mutaties (o.a. t.a.v. staandehoudingen) via Wet politiegegevens (Wpg) en Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

·         Vraag naar rechtmatigheid van de mutaties is geen vraag die in deze procedure aan de orde kan komen, valt buiten omvang van geding want alleen over inzageverzoek. Er lopen meer procedures, o.a. over verwijderings- en rectificatieverzoeken. Daar kan de rechtmatigheid aan de orde worden gesteld.

·         Er is volledig aan zijn verzoek voldaan. Hij heeft 1,5 uur op defensielocatie mutaties ingezien en heeft zich aan voorgeschreven regels gehouden. Hij kon zo nagaan of de gegevens rechtmatig verwerkt zijn. Minister hoefde geen afschriften te verstrekken. Dat verzoeker in andere procedure wel afschrift van mutatie heeft ontvangen, doet er niet aan af dat hij hier in deze procedure geen recht op heeft.

·         Er was verzocht zijn verzoek te specificeren en er is terecht beperkt tot mutaties en documenten die daarmee samenhangen.

·         Geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen want hij heeft al volledige inzage gekregen.

·         Beginsel van hoor en wederhoor: verzoek tot digitale deelname was afgewezen door de rechtbank omdat die kennelijk het belang van fysieke aanwezigheid zwaarder liet wegen dan van verzoeker om via videoverbinding deel te nemen. Rechtbank mocht die afweging zo maken.

·         Verzoek schadevergoeding € 2.000 wegens hoge ondraaglijke spanningen, stress en frustratie wegens onrechtmatige besluitvorming. Geen van de omstandigheden van 8:88 lid 1 Awb doen zich voor, uitspraak van rechtbank wordt hier bevestigd. Afgewezen.

·         Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn: niet overschreden, afgewezen.

ECLI:NL:RVS:2026:4118

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Korpschef politie, rectificatie en inzage in documenten waarin staat dat verzoeker een aanslag op de kinderen van de hoofdredacteur van GeenStijl ‘collateral damage’ zou hebben genoemd. In hoger beroep meent verzoeker dat het inzagedossier nog steeds niet compleet is en dat ook Europol op de hoogte gebracht had moeten worden van de rectificatie.

·         Hij heeft zijn stelling over het dossier niet onderbouwd en de opdracht van de rechtbank te beperkt gelezen. De feitelijke uitvoering van de uitspraak staat hier niet ter beoordeling. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om opdracht te geven Europol op de hoogte te stellen omdat de rechtbank niet kan overzien met welke instanties de korpschef de onjuiste verklaring heeft gedeeld.

·         De rechtbank is ook niet ten onrechte voorbij gegaan aan een ontbrekende beschrijving van de zoekslag: gelet op de toelichting in de beroepsfase over de verrichte zoekslag zijn de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Afdeling onderschrijft dit oordeel.

·         Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn € 2.000 (door Afdeling).

ECLI:NL:RVS:2026:4036

Datum uitspraak: 10 juli 2026

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB), Vorlopige voorziening (vovo) n.a.v. verzoek Human Rights in Finance EU (HRIF).

DNB vindt oordeel rechtbank onjuist, omdat de documenten toezichtsvertrouwelijk zouden zijn, wat niet onder toepassingsbereik Woo zou vallen. Besluittermijn loopt tot 17 juli, zitting zou op 23 juli plaatsvinden maar HRIF heeft verzocht om uitstel wegens verhindering.

Verzoek tot uitstel toegewezen en dus ontstaat er een periode waarin DNB in verzuim is doordat zij niet aan opdracht heeft voldaan. Kan niet zonder zitting inhoudelijk worden beoordeeld, dus na afweging betrokken belangen wordt ordemaatregel getroffen. Er hoeft geen besluit te worden genomen tot voorzieningenrechter heeft beslist over opheffing of toewijzing. Aan belang HRIF wordt toegekomen met vovo-zitting in augustus. Uitspraak geschorst.

ECLI:NL:RVS:2026:3966

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Herzieningsverzoek t.a.v. RVS:2018:974. Afdeling had geoordeeld dat er terecht wegens misbruik van recht buiten behandeling was gesteld.

·         Verzoeker heeft om herziening gevraagd omdat zijn verstandhouding met de gemeente Amsterdam inmiddels aanzienlijk is verbeterd; gelet op zijn grote betrokkenheid als activist bij bepaalde onderwerpen zou de gemeente nu niet meer stellen dat het hem niet om de gevraagde informatie te doen was. Volgens brief uit 2023 zou de gemeente zien dat deze onderwerpen hem wel degelijk interesseren en dat de verzoeken niet uitsluitend zijn ingediend om de gemeente te frustreren. Het zou volgens verzoeker aan burgemeester Van der Laan hebben gelegen: die was vooringenomen en zou hem hebben tegengewerkt. Ook zou een verklaring verkeerd zijn begrepen en kon hij niet bij de zitting in hoger beroep zijn wegens druk vanuit gemeente te solliciteren.

·         Dit leidt echter niet tot herziening, want niet voldaan aan eisen 8:119 lid 1 Awb. Verbetering verstandhouding heeft zich niet voorgedaan vóór de uitspraak en uitspraak was niet gebaseerd op gestelde gedragingen van Van der Laan. Ook eventuele verkeerde lezing van verklaringen leidt niet tot herziening omdat de uitspraak niet alleen daarop berust. T.a.v. oneerlijk proces: die feiten en omstandigheden waarom hem vóór de uitspraak al bekend, niet gebleken dat hij niet goed is opgeroepen voor zitting. Dat uitspraak grote impact heeft gehad op hem kan niet tot herziening leiden, omdat dit niet plaatsvond vóór de uitspraak.

·         Wat hij aanvoert volgt vooral uit feit dat hij het niet eens is met de uitkomst. Herziening is niet bedoeld voor heropenen debat: vermeend onjuiste rechtsopvatting is geen grond daarvoor, evenmin als veronderstelde rechterlijke misslagen over procedure of feiten (RVS:2008:BC5799).

ECLI:NL:RVS:2026:3956

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Korpschef politie, inz. FinFisher, Excellence in IT Investigation. Zaak uit 2016 eerder al vernietigd in RVS:2021:911 omdat korpschef gesteld had dat Wob diende te wijken voor art. 68 Grondwet, terwijl Wob geen betrekking heeft op openbaarmaking in verhouding minister, staatssecretaris en parlement.

·         In 2023 twee besluiten op grond van Woo.

·         Zoekslag/reikwijdte: gelet op bewoording 4 Wob-verzoeken is Afdeling van oordeel dat de reikwijdte dezelfde is als Wob-verzoek waarop korpschef al heeft besloten. Geen aanleiding voor twijfel dat bij voorbereiding geen nieuwe documenten zijn aangetroffen. Stonden in afgeschermde omgeving wegens vertrouwelijkheid en overleg over gevoelige onderwerpen vond veelal fysiek plaats. Niet aannemelijk gemaakt dat er wel meer berust. Stelling dat opnieuw per document moet worden beoordeeld volgt Afdeling niet; omdat reikwijdte hetzelfde was, kon worden volstaan met verwijzing. Opnieuw per document motivering dient in dit geval geen redelijk doel.

·         Wel moet steeds inzichtelijk zijn welke documenten al openbaar zijn gemaakt bij eerdere Wob-verzoeken; dat is hier gebeurd. Samenhang tussen Wob-verzoeken is uiteengezet, verwijst naar besluiten, naar uitspraak Afdeling, naar website. Daardoor is het mogelijk relevante besluiten en rechtspraak te raadplegen en dus inzichtelijk welke documenten openbaar zijn gemaakt. Niet nodig dat de inventarislijst ongeschoond aan verzoeker wordt verstrekt.

·         Tijdsverloop ex 5.3 Woo: de weggelakte delen bevatten info die door aard ervan bij openbaarmaking belangen zouden schaden (5.1/2.b en 5.1/2.c Woo). Actualiteit is niet als zelfstandige weigeringsgrond aan weigering ten grondslag gelegd.

·         Hoorplicht voor besluiten n.a.v. uitspraak Afdeling: korpschef heeft geen hoorzitting gehouden. In art. 7:2 Awb is geen algemene verplichting opgenomen om belanghebbende opnieuw te horen bij nogmaals nemen van besluit ter voldoening aan uitspraak bestuursrechter. Geen nieuwe omstandigheden die vanuit oogpunt van zorgvuldigheid korpschef verplichten opnieuw te horen.

·         Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn € 2.000 (komt door Afdeling). Hiervoor moeten proceskosten worden vergoed, wegingsfactor 0,5.

ECLI:NL:RVS:2026:3882

Datum uitspraak: 7 juli 2026

Autoriteit Persoonsgegevens (AP), Voorlopige voorziening (vovo) inz. Woo-verzoek van tandartspraktijk Steenwijkerdiep LLP naar andere tandartspraktijk afgewezen.

Volgens rechtbank volstond algemene motivering niet, gronden die zich voordoen zouden niet logischerwijs uit onderbouwing voortvloeien. AP moet nieuw besluit nemen, maar kan zich daar niet in vinden en meent ook dat vertrouwelijkheidsregeling van art. 54 lid 2 AVG voor gaat op Woo. De vraag daarnaar leent zich niet voor beantwoording in vovo-procedure, dus belangenafweging.

Uitvoering kan tot gevolg hebben dat AP informatie openbaar zou moeten maken, ook bestaat kans dat bij meer specifieke motivering gevraagde informatie prijs zal worden gegeven. Of AP gehouden is dit te doen, is punt dat in hoger beroep voorligt. Geen praktische betekenis meer als vooruitlopend op oordeel Afdeling zou wordt uitgevoerd, terwijl niet kan worden uitgesloten dat openbaarmaking gelet op aard ervan afbreuk zou doen aan belangen die Woo ook beoogt te beschermen. Hoewel invoelbaar is dat tandartspraktijk z.s.m. een inhoudelijke beslissing wil, weegt belang AP zwaarder. De aangedragen belangen maken niet dat de afweging tot een andere uitkomst leidt. Vovo toegewezen, geschorst tot op hoger beroep is beslist.

ECLI:NL:RVS:2026:3789

Datum uitspraak: 1 juli 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, burgemeester Leeuwarden, in relatie tot een geschil over vergunning voor exploitatie seksinrichting en Bibob-stukken.

Verzoek tot beperkte kennisneming is gerechtvaardigd. Enkele feit dat in Wet Bibob een regeling over geheimhouding is opgenomen betekent niet zonder meer dat gewichtige redenen zijn dat uitsluitend bestuursrechter kennis mag nemen. Wel moet gewicht worden toegekend aan uit Wet Bibob blijkende belang bij geheimhouding (RVS:2019:3686). In de stukken staan ook strafrechtelijke gegevens over personen en appellant en partij worden niet wezenlijk belemmerd in procesvoering, omdat zij in essentie op de hoogte zijn van vermeende strafbare feiten en zij het verzoek van de burgemeester tot beperkte kennisname ondersteunen.

ECLI:NL:RVS:2026:3664

Datum uitspraak: 24 juni 2026

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (M.VWS), inz. geuite bezwaren derde-belanghebbenden (zienswijzen) t.a.v. deelbesluiten over eerder Woo-verzoek van verzoeker.

Was terecht opgevat als nader/aanvullend Woo-verzoek en alle documenten zijn inmiddels openbaar gemaakt en verstrekt. Verzoeker heeft daarom geen procesbelang meer bij inhoudelijk oordeel. Het ging hem alleen nog om de principiële vraag of de minister de juiste procedure heeft doorlopen door zijn bezwaarschrift op te vatten als nader Woo-verzoek. Bestuursrechter is niet geroepen uitspraak te doen wegens principiële betekenis daarvan (RVS:2026:2058) en dus komt Afdeling niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Niet-ontvankelijk.

ECLI:NL:RVS:2026:3644

Datum uitspraak: 24 juni 2026

8:29 Awb beperkte kennisneming, Korpschef Politie, inzage persoonsgegevens (Wet politiegegevens).

Korpschef wil dat alleen rechter de nadere motivering van het besluit kan zien, omdat anders alsnog de informatie prijs zou worden gegeven (de gegevens zelf vallen onder 2.5.4 lid 5 Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2026. Verzoek om beperkte kennisneming is gerechtvaardigd. Korpschef stelt terecht dat via nadere motivering verzoekster inzicht zou krijgen in informatiepositie politie en inzage in gegevens van derden die korpschef weigert. De vraag of die weigering terecht is staat ter beoordeling in geschil in bodemprocedure en daarom al kan deze niet gedurende procedure worden verstrekt. Zou vooruitlopen op oordeel Afdeling en procedure zou in zoverre zinledig worden. Belang verzoekster weegt daarom minder zwaar.

ECLI:NL:RVS:2026:3266

Datum uitspraak: 17 juni 2026

B en W Utrecht, inz. rapporten/onderzoek door externe onderzoekbureaus opgesteld m.b.t. specifiek adres, met inbegrip constructies aan kelder.

Rechtbank heeft overwogen dat niet langer in geschil is of de documenten al dan niet ten onrechte zijn geweigerd omdat de inmiddels in bezit van verzoeker zijn. Verder verzet verzoeker zich tegen publicatie van zijn Woo-verzoek op de website van de gemeente. In aanverwante procedures is een grote som aan dwangsommen verbeurd wegens niet tijdig beslissen en hij wenst niet dat publiekelijk bekend wordt dat hij degene is die ze heeft ontvangen. Ook vindt hij dat de aangelegenheid had moeten worden geanonimiseerd i.v.m. herleidbaarheid.

·         Verzoeker heeft procesbelang omdat het gaat om meer dan alleen de openbaarmaking van adresgegevens van zijn pand en omliggende panden waarover reeds is geoordeeld (RVS:2024:2046 + RVS:2024:5327).

·         Openbaarmaking? De documenten zijn per ongeluk tijdens de beroepsprocedure aan hem verstrekt. Gemachtigde heeft ter zitting bij de rechtbank aangegeven dat er geen belang meer zou zijn wanneer verzoeker er zelf over beschikt, tenzij het om adresgegevens gaat maar dat is hier niet aan de orde. Deze grond is uitdrukkelijk in beroep prijsgegeven en wordt daarom in hoger beroep buiten beschouwing gelaten (zie ook RVS:2022:363).

·         Openbaarmaking Woo-verzoek: de rechtbank heeft overwogen dat wat verzoeker aanvoert tegen deze actieve openbaarmaking buiten de omvang van geding valt, maar de Afdeling volgt daarin niet. Art. 3.3 lid 2 onder i Woo is nog niet in werking getreden, dus art. 3.1 Woo vormt hier de grondslag. In 3.1 lid 4 Woo staat dat bestuursorgaan een belanghebbende mededeelt dat wordt overgegaan tot actieve openbaarmaking. Dat is hier in de ontvangstbevestiging gedaan. Volgens 3.1 lid 4 Woo wordt die mededeling gelijkgesteld met een besluit. De Afdeling vindt het in het belang van efficiënte geschilbeslechting om te bepalen dat die met besluit gelijkgestelde mededeling over actieve openbaarmaking onderdeel uitmaakt van de procedure die gevoerd wordt over de besluitvorming op het Woo-verzoek. Daarom vallen deze gronden niet buiten omvang van het geding.

·         Maar dit leidt niet tot vernietiging van de uitspraak. Het college had namelijk de publicatie gemeld in de ontvangstbevestiging en daarbij een termijn van 2 weken voor het kenbaar maken van bedenkingen gesteld. Verzoeker heeft daarop niet gereageerd en pas tijdens de beroepsprocedure kenbaar gemaakt dat hij zich hiertegen verzet. Deze wijze van procederen is in dit geval in strijd met de goede procesorde: hij had zijn bezwaren eerder naar voren moeten en kunnen brengen. Hij procedeert zelf veelvuldig en er mocht meer van hem verwacht worden dan van een gemiddelde burger (zie ook RVS:2026:3267). Daarom kan hij niet nu niet alsnog tegen opkomen.

·         Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn: niet overschreden, afgewezen.

ECLI:NL:RVS:2026:3498

Datum uitspraak: 17 juni 2026

B en W Alphen aan den Rijn, inz. Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan Spoorlaan Zwammerdam 2020-2021.

·         Reikwijdte: in verzoek is alleen verzocht om stukken voor zover het de MFA betreft. Er bestaat weliswaar overlap tussen project reconstructie Spoorlaan en project MFA, maar de reconstructie als zodanig valt niet in zijn geheel onder reikwijdte van het verzoek.

·         Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH): de Afdeling ziet niet wat de rechtbank anders had moeten doen dan opdragen dat het college de overzichten bij de ODMH moet opvragen en betrekken bij het nieuw te nemen besluit. De rechtbank heeft gedaan wat verzoeker met beroep beoogde en zijn betoog kan dan ook nergens toe leiden.

·         Zoekslag bij afdelingen Financiën, Onderwijs en Sociaal Domein: Afdeling kan zich vinden in uitspraak rechtbank dat voldoende gemotiveerd was waarom die niet bij zoekslag zijn betrokken. Niet aannemelijk dat er nog meer aanwezig is wat niet is verstrekt (bijv. via zoekterm ‘MFA’). Voor Sociaal Domein was voldoende gemotiveerd dat die geen betrokkenheid heeft en er daarom geen documenten beschikbaar zijn daar.

·         Inventarislijst: Wob bevat geen vervaardigingsplicht. College heeft index bijgevoegd, waarmee aan zorgvuldigheidsvereiste is voldaan.

·         10.2.b Wob m.b.t. bedragen: het gaat om info die verband houdt met grondtransacties en aanbesteding van publieke werken. Valt onder deel waarover Afdeling in 2022 oordeelde dat economische/financiële belangen van college zwaarder mochten wegen. Rechtbank is onder verwijzing naar die uitspraak terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.

·         Proceskosten: onderzoek was heropend en college was in gelegenheid gesteld stukken over te leggen. Verzoeker heeft van gelegenheid gebruik gemaakt hierop te reageren. Dit processtuk komt op grond van Bpb voor vergoeding in aanmerking, had aanvullend 0,5 punt moeten toekennen.

·         Procesbelang bij beroep niet tijdig beslissen is komen te vervallen, dus niet-ontvankelijk.

·         Nieuw besluit waarbij meer documenten zijn openbaar gemaakt n.a.v. zoekslag (6:19 lid 1 Awb): het college hoefde niet uit te werken welke documenten niet onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen en hoeft niet aan te geven wat de inhoud van die documenten was. Er was wel een inventarislijst toegevoegd.

·         Bij de IT-afdeling was verzoek uitgezet om e-mailboxen van voormalig wethouders te doorzoeken en deze documenten zijn verstrekt. Over de zoekslag in e-mailboxen van voormalig sleutelfiguren zou nog nader worden bericht, maar dat is nog niet gebeurd. Dus is onvolledig uitvoering gegeven aan de opdracht van de rechtbank en college moet deze zoekslag nog verrichten. De Afdeling kan niet overzien of de namen van de 3 personen die verzoeker ter zitting heeft genoemd tot de personen behoren waar het college op doelt omdat het college niet ter zitting is verschenen. Gegrond.

College moet nieuw besluit nemen en de € 1.750 proceskosten van bezwaar vergoeden + die van beroep, beroep niet tijdig en hoger beroep € 4.522,50 + griffierecht.

ECLI:NL:RVS:2026:3267

Datum uitspraak: 17 juni 2026

B en W Utrecht, inz. schade aan werfkelders centrum Utrecht.

·         Het gaat om in totaal 8 zaken die gelijktijdig op zitting zijn behandeld. In zes van de acht is een nader stuk ingediend, waaronder deze. De zeer late indiening van nieuwe beroepsgronden (bijna een jaar tussen indiening beroepschrift en onderbouwing) is hier in strijd met de goede procesorde. Niet gebleken dat dit niet eerder had gekund (alle tijd gehad om nieuwe rechtsbijstandverlener in te schakelen). Gelet op feit dat hij veel procedures bij Afdeling heeft lopen mag van hem in dat opzicht meer verwacht worden dan van gemiddelde burger. In andere zaken procedeert hij ook zonder rechtsbijstandsverlener. Niet alleen in deze zaak, maar ook in vijf andere, wordt vlak voor zitting een onderbouwing van meerdere pagina’s ingediend; zonder die onderbouwing was de zeer algemeen geformuleerde beroepsgrond niet goed te begrijpen. Late indiening schaadt goede rechtspleging. T.a.v. andere minder algemene en gedeeltelijk onderbouwde gronden wordt die onderbouwing wel meegenomen.

·         De Afdeling merkt op over de wijze van procederen dat er inmiddels 50 uitspraken zijn gedaan in zaken van verzoeker en er lopen nog 20 procedures, allemaal over zijn pand in Utrecht of daaraan te relateren, met name handhavingsverzoeken, omgevingsvergunningen en Woo-verzoeken. In zijn hoger beroepschrift in een van de zaken is op geen enkele wijze ingegaan op uitspraak van de rechtbank, maar is volstaan met indiening van kopie dat hij in andere procedures heeft ingediend. Dit is een belangrijke aanwijzing die kan duiden op misbruik van recht, mede gezien de grote hoeveelheid procedures die hij voert. In de gevoerde Woo-procedures verzoekt hij voornamelijk om proceskosten, schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en kosten voor het doen van dat verzoek. Ook stuurt hij processtukken te laat in of komt hij zeer laat of te laat met gronden wat in strijd met goede procesorde. Hoewel de Afdeling in de Woo-procedures nog geen misbruik van recht heeft aangenomen, wijst de Afdeling hem erop dat bij voorzetting van deze werkwijze in een volgende procedure mogelijk wel misbruik wordt aangenomen.

·         Hoorplicht: maatregel opgelegd dat hij alleen via specifiek e-mailadres in contact met gemeente mag komen. Afdeling volgt hem niet dat hij daardoor niet kon deelnemen aan hoorzitting in bezwaar. Herhaling gronden in beroep. Afdeling voegt aan uitspraak van rechtbank toe dat als voor hem onduidelijk was of hij bij hoorzitting aanwezig mocht zijn, het op zijn weg had gelegen om in de twee weken daarvoor contact op te nemen met het college en daarmee niet te wachten tot de avond voor de hoorzitting.

·         Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn: hij is het er niet mee eens dat de rechtbank rekening heeft gehouden met de samenhang met andere zaken en kwam tot één behandeltermijn. Ook hier herhaling van gronden in beroep. Afdeling kan zich vinden in oordeel rechtbank.

·         Proceskostenvergoeding t.a.v. verzoek om schadevergoeding? Hij vindt dat hij voor elke zaak recht heeft op vergoeding en factor ‘licht’ i.p.v. ‘zeer licht’. Het college was hier veroordeeld, maar in de andere samenhangende zaken niet. De rechtbank heeft juist gehandeld. Het gaat om samenhangende zaken waarvoor één keer schadevergoeding wordt toegekend. Het doen van dit verzoek levert nauwelijks extra werk op. En hoewel de berekening van de hoogte van de rechtbank niet juist is, is de uitkomst wel juist (rechtbank gaf 2 punten x 0,25, terwijl Afdeling 1 punt x 0,50 geeft). Verzoeker is door onjuiste berekening van de rechtbank niet benadeeld.

ECLI:NL:RVS:2026:3289

Datum uitspraak: 17 juni 2026

B en W Utrecht, inz. werking en organisatie Programma- en Projectteam Werven gemeente Utrecht.

·         Het gaat om in totaal 8 zaken die gelijktijdig op zitting zijn behandeld. In zes van de acht is een nader stuk ingediend, waaronder deze. De zeer late indiening van nieuwe beroepsgronden (bijna een jaar tussen indiening beroepschrift en onderbouwing) is hier in strijd met de goede procesorde. T.a.v. eerder gedeeltelijk al onderbouwde gronden wordt de nadere onderbouwing wel meegenomen.

·         Zie t.a.v. gronden over hoorplicht, schadevergoeding redelijke termijn en proceskostenvergoeding ECLI:NL:RVS:2026:3267 (Afdeling volstaat met verwijzing hiernaar).

Proceskosten in bezwaar: deze kosten waren al toegekend door het college, en ambtshalve n.a.v. het door verzoeker ingestelde beroep is bepaald dat ook die gemaakte kosten vergoed zullen worden. Hij heeft geen recht op nogmaals een vergoeding van dezelfde kosten voor bezwaar, bovendien heeft hij afgezien van instellen van beroep geen andere kosten hoeven maken.