Bij een omvangrijk Woo-verzoek moet je keuzes maken om het verzoek goed en snel te kunnen behandelen. Een beproefde methode is om af te spreken dat je het verzoek opknipt in delen. De verzoeker krijgt daarbij steeds een behapbare set documenten die in ieder geval op voorhand voor zijn verzoek het meest waardevol lijken.
Opknippen in delen heeft grote voordelen. De verzoeker ontvangt sneller documenten. Soms geven die al voldoende antwoord op zijn vraag. Zo niet, kan je in de volgende stap gerichter verder werken.
Opknippen in delen doe je zo
1. Overleg met de verzoeker
Overleg met de verzoeker of opknippen in delen gewenst is. Het is mogelijk dat de verzoeker hier niet direct enthousiast over is. Opknippen betekent namelijk dat de verzoeker een deel van de documenten die hij heeft gevraagd nog niet krijgt. Leg daarom goed uit waarom je wilt opknippen in delen en wat de gevolgen zijn en vraag of de verzoeker daaraan mee wil werken. Wil de verzoeker dat niet? Ga dan met hem in gesprek over zijn beweegredenen. Mogelijk kan je zijn bezwaar wegnemen. Lukt dat niet, spreek dan een andere vorm van prioritering en een redelijke afhandeltermijn af.
Wil de verzoeker aan geen enkele vorm van prioritering meewerken? Dan is de consequentie dat jij zelf de prioriteiten moet bepalen.
2. Kies de meest veelbelovende documenten
Kies per deel met de verzoeker wat de meest veelbelovende documenten zijn om te verzamelen en beoordelen. Hou daarbij deze rangorde aan:
Houdt bij het bepalen of een document veelbelovend is ook rekening met de tijd die het kost om het document te verzamelen en beoordelen. Documenten met een lange ‘levertijd’ zullen de andere documenten in de set vertragen. Overleg in dat geval met de verzoeker of hij de vertraging van de set voor lief neemt of de vertragende documenten later wil ontvangen.
3. Deel de resultaten
Bij deze methode verstrek je steeds sets documenten aan de verzoeker. Je verstrekt de sets via deelbesluiten of via inzage onder geheimhouding.
Is werken met deelbesluiten of inzage onder geheimhouding praktisch of juridisch gezien niet mogelijk, maar willen de verzoeker en jij wel de voordelen van opknippen in delen? Bespreek dan na elke stap jouw interpretatie van de inhoud van de documenten met de verzoeker. Deze werkwijze vraagt wel om wederzijds vertrouwen tussen jou en de verzoeker.
4. Leer van elke stap
Ga steeds na het delen van resultaten bij de verzoeker na in hoeverre zijn vraag is beantwoord. Is zijn vraag nog niet helemaal beantwoord? Vraag dan of de al verstrekte documenten helpen om gerichter verder te zoeken. Levert deze set helemaal geen nieuwe aanwijzingen op, dan kun je de verzoeker voorstellen om opnieuw een behapbare set documenten met hem te delen en daarna weer te overleggen.
5. Voorkom teleurstelling
Sommige verzoekers denken dat je besluitvorming bij de overheid van A tot Z en tot in de details kunt reconstrueren, omdat alles is vastgelegd in documenten. Dat is natuurlijk niet het geval. In elke organisatie wordt veel mondeling besproken en niet overal zijn verslagen van. Geplande overleggen gaan niet door, voorstellen krijgen niet altijd opvolging. Ook kunnen documenten na verloop van tijd overgedragen of vernietigd zijn op grond van de Archiefwet. Het kan ook zijn dat de verzoeker veronderstelt dat jouw organisatie documenten heeft, die helemaal niet bestaan. Probeer de verzoeker inzicht te geven in hoe jouw organisatie werkt, en realistische verwachtingen te scheppen over de opbrengst van een Woo-verzoek.
Voorkom vertraging vanuit je organisatie
Bij deze aanpak heb jij als behandelaar het juiste mandaat nodig. Je moet namelijk afspraken kunnen maken met de verzoeker waar je je aan kunt houden. Daarnaast gaat werken met deelbesluiten een stuk sneller als de besluitvorming niet vertraagd wordt door onnodig lange parafenlijnen. Tot slot helpt het om als organisatie richtlijnen te hebben voor het opvragen van zienswijzen van derden. Bijvoorbeeld wanneer je dit wel doet en wanneer niet, en de termijn die je de derden geeft om te reageren.
Deze zaken kan jij als behandelaar niet alleen regelen. Dat moet je organisatie doen. Voor tips hoe je zorgt dat jouw organisatie deze randvoorwaarden op orde brengt, lees je hoofdstuk 4 van de Samenwerkwijzer.