ECLI:NL:RBDHA:2026:6403
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (M.BZK), inz. stukken voorgelegd aan minister m.b.t. Wijziging Organisatie- en Mandaatbesluit + stukken voorgelegd aan Secretaris Generaal (SG) in het kader van Woo-verzoek m.b.t. eerder besluit op bezwaar van verzoeker.
· Is 5.2/3 Woo (formeel bestuurlijke besluitvorming) van toepassing op meegestuurd concept? Nee 5.2/1 Woo van toepassing. Uit de aanwezige persoonlijke beleidsopvattingen blijkt dat het document nog niet klaar was om te worden voorgelegd voor formeel bestuurlijke besluitvorming. Ambtenaren wisselen hierin nog met elkaar van gedachten om de tekst scherp te krijgen; dit betrof geen wijziging van het onderdeel waarop de minister gevraagd werd te beslissen. Aannemelijk dat er per abuis in deze versie is meegestuurd met de nota en dat er dus geen sprake is van het uithollen van 5.2/3 Woo.
· 5.1/2.i Woo voor het concept: aannemelijk dat ambtenaren terughoudender zullen zijn met vrijelijk kenbaar maken van hun eigen mening. Als ambtenaar weet dat alle vragen die gesteld worden en alle antwoorden in de fase van totstandkoming tekst openbaar zullen worden, aannemelijk terughoudender met stellen van die vragen. Komt niet ten goede aan uiteindelijk resultaat van de tekst. Dus ja, mocht worden geweigerd op grond van 5.1/2.i Woo.
· Er is een individuele belangenafweging gemaakt; niet categorisch geweigerd ‘want concept’.
· Rechtbank vraagt zich af of het de bedoeling van de wetgever is geweest om via een Woo-verzoek te bewerkstelligen dat stukken van eigen hand openbaar worden (Het gaat om een bezwaarschrift van eiser, een primair besluit en een verslag van een hoorzitting, allen uit een andere Woo-procedure tussen eiser en verweerder. Deze stukken zijn reeds in het bezit van eiser.). Te meer, nu verzoeker die stukken ook via eigen kanalen kan publiceren en in de openbaarheid kan brengen.
Draagt openbaarmaking bij aan de doelstelling van de Woo, te weten een transparante (en daarmee controleerbare) overheid? De stukken vallen echter niet onder een grond van 5.1 Woo. Als deze vorm van openbaarmaking niet wenselijk wordt geacht is het aan de wetgever om een nieuwe weigeringsgrond in het leven te roepen, dus geen aanleiding om buiten de wet om te bepalen dat de stukken niet openbaar gemaakt hoeven te worden.
· Er is weliswaar gesteld dat zo’n situatie misbruik van recht met zich kan brengen, bijv. gebruik van de Woo om desinformatie te verspreiden, maar niet gesteld of gebleken dat dat hier het geval zou zijn. Geen andere mogelijkheid dan oordelen dat de stukken openbaar moeten (zelf voorzien).