Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (M.LVVN), inz. de productie- en verwerkingsketen van separatorvlees. Tussenuitspraak met veel bedrijven als derde-partijen. Dit is het beroep vanuit de Woo-verzoeker.
· 10 EVRM, ‘social watchdog’: ongeacht of de verzoeker een public watchdog is, geldt het regime van de Woo. Het Woo-verzoek vormt het uitgangspunt voor de zoekslag; niet gevolgd dat 10 EVRM een ruimere zoekslag vereist. Niet aangevoerd dat zoekslag onzorgvuldig of onvolledig is, ook niet gebleken. Verwijzing naar vaste rechtspraak over 10 EVRM en Woo. Bijzondere omstandigheden niet gesteld of gebleken en niet toegelicht waarom Woo minder bescherming biedt dan rechtstreeks beroep op 10 EVRM. Gestelde hindernissen (lengte procedure, ‘opgeknipte werkwijze’ en schorsende werking) kwalificeren niet als bijzondere omstandigheden waardoor Woo en weigeringsgronden toepassing moeten missen.
· Zoekslag: meer documenten? Meer bedrijven? Alleen die separatorvlees produceren zijn in beeld bij NVWA, die verwerken hoeven niet erkend te zijn. Permanent toezicht alleen op slachtactiviteiten en niet ook productie. Risico’s bij productie is relatief bekend i.v.m. beoogd gebruik (verhitte producten). Project is eenmalig uitgevoerd. Zoekslag is voldoende inzichtelijk. Feit dat slechts 221 documenten zijn aangetroffen m.b.t. beperkt aantal bedrijven is onvoldoende voor oordeel dat zoekslag te beperkt is uitgevoerd + voldoende duidelijk en overtuigend toegelicht waarom. Niets tegenover gesteld. In Woo-verzoek was niet verzocht naar juiste toepassing en naleving traceerbaarheidsbepalingen uit Unierecht. Geen vervaardigingsplicht. Als verzoeker dit had willen weten, had hier expliciet om moeten worden verzocht in Woo-verzoek, niet gedaan.
· 5.1/7 Woo, emissies? Niet concreet onderbouwd welke documenten of welke gegevens. Uit onderwerp en inhoud volgt niet dat het gaat om emissies, rechtbank bij raadpleging ook niet gebleken.
· 5.1/1.c Woo: zie ECLI:NL:RBAMS:2026:2194. Uitleg navolgbaar, volgt ook uit steekproef.
· 5.1/2.f Woo: zie ECLI:NL:RBAMS:2026:2194. Kan uitleg goed volgen, terechte weigering.
· 5.3 Woo: uitgangspunt is dat wordt gerekend vanaf datum bestreden besluit. Met nadere motivering ter zitting is voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht m.b.t. 5.1/2.f Woo. Belang mocht ondanks tijdsverloop zwaarder worden gewogen. Echter groot aantal document is van vóór 12 april 2019: de plicht is daarmee niet toegepast op alle info die ouder is dan 5 jaar, teruggerekend vanaf datum bestreden besluit, m.u.v. toeleveranciers en afnemers. Motiveringsgebrek.
· 5.1/2.i Woo m.b.t. interne e-mailadressen: het was voor verzoeker eenvoudig om aan de hand van de inventarislijst specifieke documenten of aanknopingspunten te noemen voor (mogelijk) onterechte toepassing i-grond. De e-mailadressen zien er steeds hetzelfde uit. Niet gedaan. Geen aanleiding om aan juiste toepassing en motivering te twijfelen.
Bestuurlijke lus, 6 weken. Minister krijgt gerichte instructies over inventarislijst en hoe de stukkenset eruit moet zien bij indiening.