Op woensdag 9 september vond de jaarlijkse iBestuur Conferentie plaats in JADS in Den Bosch. Lydia Bremmer, secretaris-directeur van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI), opende een sessie over de vraag: Hoeveel autonomie zijn we bereid te betalen?

Hoe brengen we digitale soevereiniteit en autonomie in balans met continuïteit, gebruiksgemak, kosten en publieke verantwoording? 

Over de sessie

De wens om minder afhankelijk te zijn van grote buitenlandse technologiebedrijven is begrijpelijk. Maar autonomie heeft een prijs: zelf ontwikkelen, beheren en beveiligen vraagt capaciteit, geld en tijd. Bovendien kunnen alternatieven tijdelijk minder volwassen zijn of problemen opleveren voor bijvoorbeeld informatiebeheer en transparantie. Welke concessies zijn we bereid te doen voor digitale onafhankelijkheid en voor hoe lang? 

Visie vanuit het ACOI

'Digitale autonomie is geen doel op zich', opende Lydia Bremmer haar inleiding, 'maar een belangrijke randvoorwaarde voor democratische controle. Een soevereine cloud, de informatiehuishouding op orde, transparante algoritmen, een goed werkende Woo en goede bestuurlijke verantwoording; ze liggen in elkaars verlengde.' Hierop volgde, onder leiding van moderator Marcel Thaens (CIO Gemeente Noord Brabant), een levendige discussie met de zaal over drie stellingen:

  1. We hoeven niet volledig soeverein te zijn om digitaal autonoom te zijn.
  2. We moeten minimaal bereid zijn de kosten te maken die we anders kwijt zijn aan het compenseren van schade door voorzieningen die niet voldoen aan cybersecurity- of andere waarborgen.
  3. Een goed geregelde digitale autonomie is uiteindelijk goedkoper en toegankelijker dan de huidige situatie.

We hopen dat dit gesprek de opmaat is voor een slagvaardige aanpak die op draagvlak kan rekenen.