Afgelopen week stuurde de staatssecretaris van BZK onze jaarlijkse rapportage over bemiddeling naar de Tweede Kamer.
Het ACOI signaleert een aantal rode draden uit de bemiddelingen. Allereerst zagen we dat veel klachten gaan over termijnoverschrijding, gebrekkige communicatie en overmatig lakwerk. Daarnaast heeft het ACOI veelvuldig moeten wijzen op de noodzaak om het belang van openbaarheid actief uit te dragen, de noodzaak van proactieve communicatie en het zorgdragen voor efficiëntie en dejuridisering.
Belangrijke rol onderzoeksjournalisten
Het merendeel van de klachten en bemiddelingsverzoeken bij het ACOI wordt ingediend door landelijke of regionale onderzoeksjournalisten. Het ACOI spreekt zich uit voor de belangrijke rol die deze onderzoeksjournalisten spelen in onze samenleving. Niet alleen zijn zij de waakhond van de democratie, ook treden zij op als intermediair naar al die mensen die onze maatschappij rijk is. Een Woo-verzoek van een onderzoeksjournalist is dus voor de overheid ook een kans om de samenleving snel en duidelijk te informeren. Ook al zijn journalistieke berichten soms kritisch, of anders dan een overheidsorganisatie die zelf zou hebben opgesteld, ze helpen wel bij het informeren van de bevolking, ze jagen het publieke debat aan en zijn onderdeel van de zo nodige democratische controle.
Een goed voorbeeld hiervan is een onderzoek van Follow the Money, NRC en Omroep Gelderland over de effectiviteit van de uitkoopregeling voor veehouderijen. Dit onderzoek is gebaseerd op cijfers die door de journalisten op grond van de Woo zijn opgevraagd en waarbij het ACOI heeft bemiddeld en geadviseerd. Het is belangrijk dat ook de meest recente cijfers die voor dit onderzoek nodig zijn, openbaar worden gemaakt.
Beschouw een Woo-verzoek als kans
Het beschouwen van een Woo-verzoek als een kans om de samenleving te informeren, vraagt wel wat van de mensen die werken bij de overheid, ook van de ambtelijke top en bewindspersonen. In de bemiddelingen zien we veelvuldig dat de uitvoering van de Woo te politiek is geworden, zeker bij ministeries. Kortom, er wordt te veel gedacht in risico’s van openbaarheid in plaats van de kansen die het biedt. Terwijl de wetgeving en jurisprudentie voldoende ruimte laten om te handelen in de geest van de Woo en de verzoeker te betrekken bij de behandeling van zijn Woo-verzoek. Dat zorgt niet alleen voor een beter resultaat, maar maakt de behandeling veelal ook efficiënter en dus goedkoper.