Op donderdag 11 juni vond het commissiedebat over de Wet open overheid (Woo) plaats. Tijdens het debat werd duidelijk dat de opvattingen in de Tweede Kamer over de toekomst van de wet uiteenlopen. Hoewel het belang van transparantie breed wordt onderschreven, bestaan er zorgen over de uitvoerbaarheid, de kosten en de gevolgen van de wet voor ministeries en andere bestuursorganen.
Focus op de uitvoering van de Woo
Verschillende partijen pleitten voor aanpassingen die de uitvoering van de Woo moeten vereenvoudigen. Daarbij werd onder meer aandacht gevraagd voor het voorkomen van misbruik van Woo-verzoeken, het beperken van administratieve lasten en het onderzoeken van mogelijke verbeteringen in de opzet van de wet. Ook werd voorgesteld om een redelijke vergoeding te vragen voor zeer omvangrijke verzoeken.
Daarnaast klonk kritiek op de effecten van de Woo binnen de overheid. Volgens sommige Kamerleden leidt de wet ertoe dat ambtenaren terughoudender worden met schriftelijke communicatie.
Andere partijen benadrukten juist het belang van openbaarheid voor de democratische controle op het bestuur. Zij wezen op de maatschappelijke waarde van transparantie en spraken steun uit voor verdere actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Ook werd gesteld dat veel knelpunten samenhangen met de informatiehuishouding van de overheid en niet uitsluitend met de Woo zelf.
Evaluatie als uitgangspunt
Staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid gaf aan eerst de resultaten van de lopende evaluatie van de wet af te wachten voordat eventuele wijzigingen worden overwogen.