Op 2 april 2025 heeft een journalist van het NRC  bij het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) een klacht en bemiddelingsverzoek ingediend.

De journalist had een Woo-verzoek ingediend om informatie te krijgen over de inspanningen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) om de ijsdivisie van Unilever in Nederland te houden. De klacht van de journalist had betrekking op de duur van de afhandeling van het Woo-verzoek.

Eigen werkwijze bestuursorgaan versus belang verzoeker

Een deel van het Woo-verzoek van de journalist overlapte met twee andere Woo-verzoeken. Het deel van het Woo-verzoek wat niet overlapte zou pas door het ministerie behandeld worden, nadat de twee eerdere verzoeken afgehandeld waren. De journalist kon zich hier niet in vinden. Voornamelijk omdat hij vermoedde dat juist de meest recente informatie over het besluit van Unilever om de ijsdivisie in Nederland te houden, voor het journalistieke onderzoek de meest waardevolle informatie zou bevatten.

De bemiddeling versnelde aanvankelijk de afhandeling van het Woo-verzoek doordat persoonlijk contact de communicatie tussen de partijen verbeterde. Er werd door het ministerie niet enkel meer gedacht vanuit de eigen werkwijze en logica. Door in gesprek te gaan verschoof de werkwijze van het departement wat meer naar wat de journalist nodig had voor zijn journalistieke werk. Er ontstond vervolgens voldoende vertrouwen voor een inzage onder geheimhouding.

De zienswijzeprocedure leidde alsnog tot veel vertraging

De afhandeling van het Woo-verzoek liep alsnog vertraging op doordat het ministerie vanwege het uitvragen van zienswijzen bij derde-belanghebbenden extra tijd nodig had.
De journalist heeft van het ministerie in deze periode wel steeds updates gekregen over de opeenvolgende oorzaken van vertraging. Communicatie daarover helpt om begrip op te brengen. Tegelijkertijd illustreert deze bemiddeling de machteloze positie waarin de Woo-verzoeker dan belandt. De inzage onder geheimhouding was al in juli 2025 afgerond. Vervolgens duurde het nog tot februari 2026 voordat de gevraagde informatie openbaar werd gemaakt. Daarmee kende de afhandeling van het Woo-verzoek uiteindelijk een looptijd van één jaar.